Deel 5: Albanië/Balkan 1878-1913

  1. Balkankaart uit: Beekman & Schuiling, School-Atlas der Geheele Aarde, ±1900 (collectie Steegh/Teunissen, Leiden)
  2. Liga van Prizren, schilderij (via Albanese Ambassade in Nederland)
  3. Besluitenlijst Congres van Monastir (via Albanese Ambassade)
  4. Gewapende Mirditen, Noord-Albanië (coll. S/T, Leiden)
  5. De vorsten van Servië, Montenegro, Bulgarije en Griekenland bedreigen Turkije in Europa (coll. S/T, Leiden)
  6. Moslim-vluchtelingen in Macedonië (Musée A. Kahn, Parijs)
  7. Moslim-vluchtelingen in Macedonië (Musée A. Kahn, Parijs)

De Russisch-Turkse oorlog dreigt in 1878 korte metten te maken met Europees Turkije. Bij het verdrag van San Stefano in maart ontstaat Groot-Bulgarije inclusief Thracië en Macedonië. Servië krijgt het district Prisjtina en Montenegro het gebied tot Djakova in Kosovo. Griekenland is ondertussen de Ottomaanse provincie Janina (Epirus) binnengevallen. Om de Russische invloed op de Balkan aan banden te leggen komt in juli onder druk van Engeland en Oostenrijk onder Bismarck’s leiding in Berlijn een nieuw verdrag tot stand dat Kosovo, Epirus, Macedonië en Thracië aan het Ottomaanse rijk teruggeeft en de rest van Bulgarije in tweeën splitst (A). Enkele dagen voor het Congres van Berlijn komen zo’n 300 Albanese nationalisten bijeen in de Kosovaarse stad Prizren. De Liga van Prizren stelt: “Net zoals wij geen Turken zijn, en ook niet willen zijn, zo zullen wij ons met alle kracht verzetten tegen eenieder die ons wil veranderen in Slaven, Oostenrijkers of Grieken; wij willen Albanezen zijn” (B).

Het programma van deze Liga inspireert Albanese tijdschriften en scholen. Als de revolte van 1908 de ‘Jong-Turken’ in Istanbul aan de macht brengt botst hun programma van centralisering en verturksing op het Albanese streven naar autonomie. De strijd spitst zich toe op het alfabet. De ‘Jong-Turken’ staan op het gebruik van het traditionele arabische schrift, maar Albanese nationalisten kiezen in 1909 voor het Latijnse alfabet (C). Zo kunnen christenen en moslims een gemeenschappelijk albanees erfgoed ontwikkelen en onderscheidt men zich van de Slavische en Griekse schrijfwijzen van de buurlanden. De Ottomaanse overheid reageert met sluiting van albanese kranten, nationale clubs en de weinige Albanese scholen. Het komt 1910 tot een opstand rond Prisjtina (Kosovo) die bloedig wordt neergeslagen. Een jaar later neemt ook de katholieke Mirditenstam de wapens op tegen de Turkse overheersing (D).

Als de vorsten van Servië, Montenegro, Bulgarije en Griekenland in 1912 geheime allianties sluiten om een eind te maken aan de resterende Turkse heerschappij op de Balkan (E), brandt in oktober van dat jaar de Eerste Balkan-Oorlog los. De Ottomaanse legers in Macedonië worden onder de voet gelopen. Bij het Verdrag van Londen verliest de sultan bijna al zijn grondgebied in Europa op een strook bij de hoofdstad Istanbul na. De veroveraars doen er alles aan om de herinnering aan ‘het Ottomaanse juk’ uit te wissen. Vooral islamitische Albanezen zijn slachtoffer van executies en verdrijvingen, maar ook elders wordt ‘ethnisch gezuiverd’ (F/G). De eis van Oostenrijk en Italië dat er een onafhankelijk Albanië dient te komen versterkt de onenigheid over de verdeling van de veroverde gebieden. Dit leidt in de zomer van 1913 tot de Tweede Balkan-Oorlog, waar iedereen zich tegen Bulgarije keert.