donderdag 31 mei 2007

De Staat van de Stad

Geplaatst onder: Algemeen — John @ 22.51

Open bestuursstijl

Ons Leidse college - dat nu een jaar en een maand en een week en een dag ‘zit’ - heeft als Leitmotiv een ‘open bestuursstijl’. Dat vullen we onder andere in met een wekelijks spreekuur, regelmatige werkbezoeken op wijkniveau en het voorleggen van voorstellen aan stad en Raad die niet in beton gegoten zijn. En, bevalt het?

Die vraag moet eigenlijk door anderen worden beantwoord: de bewoners van de stad, de gemeenteraad, partners in de omgeving. Toch ook van binnenuit enkele persoonlijke observaties:

1
Niet iedereen waardeert openheid. We hebben in Nederland een lange traditie van vooroverleg, informele contacten en intern beraad, omdat we - zo wordt het althans gelegitimeerd - een land van minderheden zijn, die het toch met elkaar eens moeten zien te worden. Als je dan je kaarten vroegtijdig op tafel legt is plooien en schikken moeilijker. Het kost sommigen moeite te erkennen dat ze compromissen hebben gesloten, water in de wijn hebben gedaan of hun zin niet hebben gekregen. Dat is ‘oude’ politieke cultuur, maar nog heel machtig. En ook niet zonder meer fout: Nederland is er eeuwen mee bestuurd. Maar het past niet in het post-Fortuyn-tijdperk. Met name ondernemers in de stad hebben moeite met dit aspect van ‘openheid’.

2
Sommige critici verwarren openheid met het niet maken van keuzes. Ik pretendeer niet de waarheid in pacht te hebben, maar kies een richting (een autoluwere binnenstad, bijvoorbeeld), geef aan hoe dat zou kunnen, liefst in meerdere scenario’s en vraag dan aan ‘de stad’ of ze zich in de denkrichting kan vinden. Als ik daar een beeld van heb maak ik - natuurlijk met het college - keuzes, wetend dat ik dan kies tussen tegenstrijdige belangen. Nu sta ik voor zo’n keuze: om de binnenstad autoluwer te maken én ruimte te maken voor meer en beter openbaar vervoer tot in het hart van de stad is een nieuwe weg aan de oostkant van het stedelijk gebied onmisbaar: een Ringweg-Oost. Die weg zal sommige mensen benadelen. Ik sta open voor andere oplossingen, maar vind de voordelen van een Ringweg voorlopig groter dan de nadelen. En maak dus keuzes, maar pas ná een ‘interactief planproces’.

3
Niet iedereen maakt in gelijke mate gebruik van de mogelijkheid mij te benaderen of te beïnvloeden. Wat ik zoal tegenkom op informatieavonden, wijkbezoeken en ateliers is, kort door de bocht gezegd, “100% wit en 80% grijs”. Met die mensen is niks mis, ze zijn het actieve deel van de stad en dragen vaak het sociale weefsel in de vorm van wijkcomités, actiegroepen en ook mantelzorg. Maar het effect is wel, dat ik niet weet wat de rest van de stad vindt. De SP probeert dat probleem op te lossen door “de wijk in te gaan”. GroenLinks heeft daar de organisatie niet voor. Ik zoek nog naar andere platforms om ook die ‘zwijgende meerderheid’ te bereiken.

4
Het valt me op dat veel mensen positief reageren op ‘openheid’. Een luisterend oor is blijkbaar belangrijk, ook als men niet zijn zin krijgt. Die volwassenheid in de omgang is voor mij een belangrijke bron van inspiratie. We streven naar een schone, hele en veilige stad. Wat mij betreft mag daar echter het woord ‘beschaafd’ aan worden toegevoegd. Het komt me namelijk net te vaak voor dat ik juist door oudere, hoger opgeleide inwoners van de stad benaderd wordt op zo’n verongelijkte, respectloze manier dat me de lust vergaat iets aan hun problemen te doen. Voor mij is iedereen evenwaardig en ik verwacht die houding omgekeerd ook. En dat krijg ik dus niet altijd. Is dat het onechte kind van de Fortuijn-revolutie? Zeggen wat je denkt wil niet zeggen dat je álles moet zeggen wat je denkt. Een klein beschavingsoffensief lijkt op zijn plaats. Maar hoe?

30 mei 2007

dinsdag 22 mei 2007

Start weblog: één jaar wethouder GroenLinks in Leiden

Geplaatst onder: Algemeen — John @ 21.11

Sinds april 2006 mag ik wethouder zijn namens GroenLinks in een ‘overwegend linkse’ coalitie: PvdA, SP, GroenLinks, ChristenUnie. Voor het eerst in lange jaren gaat GroenLinks in het Leidse college niet meer over sociale zaken of personeel. Dan lijkt het net of we afscheid genomen hebben van de ‘mensen’ en daarvoor in de plaats ons met de ’stenen’ zijn gaan bezig houden. Nu is mijn portefeuille verkeer en milieu (daar valt het beheer van de openbare ruimte onder). Toch is niets minder waar.

Na een jaar merk ik, dat ik meer dan de collega-wethouders te maken heb met álle Leienaren. Iedereen neemt deel aan het verkeer en dus heeft iedereen er een mening over. Iedereen loopt rond in de openbare ruimte en dus … Juist.

Wat betekent dat voor je mogelijkheden resultaten te halen en te laten zien? Het levert beperkingen op. Als iedereen er iets van vindt, moet je ook met iedereen rekening houden. Dat kost tijd. Maar het hoort bij wat we als nieuw college een ‘open bestuursstijl’ hebben genoemd. Spreekuren, wijkbezoeken, overleg met allerlei min of meer georganiseerde mensen in de stad. Na een jaar kun je niet bogen op een extra toeslag voor bijstandsgerechtigden, tien vierkante meter groen per inwoner méér, of een sterk verbeterd openbaar vervoer. Wel op: bereikbaar zijn voor mensen, luisteren voordat je weer begint te praten, meelopen in de buurt. Tussen de mensen staan, en daar heeft het de afgelopen jaren vaak écht aan ontbroken. Zeker GroenLinks, dat toch al steeds meer de naam heeft een partij te zijn van intellectuelen die niet meer weten wat er leeft in de maatschappij, heeft daar groot belang bij.

Zijn er dan alleen van dat soort softe ‘resultaten’ van een jaar John Steegh als GroenLinkse wethouder in Leiden? Dacht ‘t niet. Er is natuurlijk enorm veel tijd en energie gaan zitten in het voorbereiden en organiseren van het referendum over de Rijn-Gouwelijn. Maar wel met succes: nog nooit zo’n hoge opkomst bij een Leids referendum (55%), gedegen en geëmotioneerde debatten over voors en tegens, iedereen had de kans op een gefundeerde mening. Dat is democratie in optima forma en ver voorbij het gebruikelijke populisme bij volksraadplegingen over ingewikkelde onderwerpen. Dat de úitkomst voor GroenLinks (en ook voor mij) teleurstellend was doet daaraan niets af. Het vormt eerder een stimulans om er nu echt de schouders onder te zetten: een bruikbaar, leefbaar en enthousiasmerend alternatief voor die ‘lijn’ ontwerpen, samen met stad en regio, dat is de nieuwe uitdaging. We maken vorderingen!

Is dat alles? De herstart van het oplossen van zo’n ingewikkeld probleem als de kruising Rijnzichtbrug-Haagweg is te klein om je op voor te staan, bovendien zal de toekomst moeten uitwijzen of het helpt. Het ‘redden’ van Stichting Stadsparkeerplan op de Haagweg heeft wél veel goodwill gekweekt. “Voor het eerst een wethouder die iets voor ons dóét” was de reactie van de bekende Leienaar Peter Labruyère. Maar belangrijker vind ik zelf de manier waarop we nu omgaan met het beheer van de openbare ruimte. Met als voorbeeld het convenant dat ik recent namens de gemeente heb gesloten met de bewoners van de Kijfgracht, vlka bij de Zijlpoort.

Natuurlijk: de gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte. Maar het is duidelijk dat de gemeente dat nooit alleen, en zeker niet tégen de bewoners in, kan realiseren op een manier die tot een aantrekkelijke, leefbare stad en betrokken inwoners leidt. Vandaar afspraken met de mensen in die straat: jullie houden de straat onkruidvrij, wij spuiten geen bestrijdingsmiddelen meer. Jullie beheren de mooie extra plantenbakken, wij geven jullie de materialen om dat te doen. Dit soort vormen van samenwerking van overheid en burgers passen precies bij GroenLinks: eigen verantwoordelijkheid, ruimte voor eigen initiatief in een context die sociaal versterkt. Geen betutteling, geen geheven wijsvingertje, geen populistische prietpraat over “de mensen in de straat”. Gewoon links-liberaal. En met respect.

Is dat genoeg voor één jaar? De toekomst zal het uitwijzen.

John Steegh